Portretfotografie: Luc Van de Ven voor OKRA

Voor OKRA magazine, het ledenblad van OKRA waarvoor ik met regelmaat al bijna 10 jaar lang voor fotografeer, portretteerde ik psychiater Luc Van de Ven.  De beelden werden gemaakt in het gloednieuwe psychiatrisch centrum op Gasthuisberg Leuven.

Het beeld werd gebruikt in een artikel over “de wortels in ons leven” en werd, zoals je hieronder kan zien, in het tijdschrift gebruikt.

Jurgen Doom
Luc Van de Ven

Ik kom wel op meer plaatsen waar je anders niet of nooit komt (en al zeker niet in een psychiatrisch centrum), maar Mr Van de Ven vertelde me toch iets interessants, namelijk dat ik niemand in beeld mocht brengen.  Op zich is dat niet nieuw voor me en repliceerde ik dat – moest er in de achtergrond toch iemand op staan – die persoon onherkenbaar en onscherp in beeld zou komen.  Tot zover niets nieuws, maar Mr Van de Van vond het belangrijk dat niemand extra in beeld kwam – herkenbaar of niet.  Het fotograferen van iemand in dit centrum, zelfs indien niet herkenbaar, zou tot problemen kunnen leiden.  Want zelfs al herken je de persoon niet dan nog kan het zijn dat een patiënt zich denkt te herkennen – zelfs als is het de patiënt niet maar wel een medewerker, bezoeker, onderhoudspersoneel of wat dan ook. Dat is iets dat absoluut moet vermeden worden.

Zoiets had ik nog nooit gehoord.  Uiteraard had ik hiervoor het grootste respect en zorgde ervoor dat niemand in beeld kwam. Voornamelijk bij onderstaand shot moest ik daarom goed opletten, omdat de glazen wand (als achtergrond) mensen zichtbaar zou kunnen maken.

Jurgen Doom
Portret Luc Van de Ven

Bij dergelijke opdrachten vind ik het belangrijk om mijn klant voldoende mogelijkheden te geven om in de layout van de publicatie het beeld in te voegen. Vandaar dat ik steeds horizontale en verticale beelden aanlever (zelfs als je weet dat ze enkel een horizontaal of enkel een verticaal beeld gaan gebruiken.  De reden is eenvoudig: lever je enkel horizontale beelden aan, dan kan je beeld niet als coverbeeld genomen worden. Lever je enkel verticale beelden aan, dan kan je geen “double spread” krijgen, zoals soms gebeurt).

 

Jurgen Doom
Portret Luc Van de Ven

Alle beelden zijn gemaakt met een Nikon D4, 85mm 1.4 en Nikon SB900 speedlight off-camera.  Dankzij het gebruik van flitslicht kan je de sfeer in een beeld veranderen en zo de klant diverse opties aanbieden, zelfs al heb je maar 2 of 3 setups of locaties gebruikt. Dat gebeurt vaak, omdat veel personen die gefotografeerd worden daar meestal niet om gevraagd hebben en geen zin hebben om op het beeld te staan.  Voor alle duidelijkheid, dat was niet het geval met Mr. Van de Ven, die me alle tijd gegeven heeft die ik nodig had.

Moest ik mogen kiezen welk beeld ik in het magazine zou gebruiken, zou het tussen volgende beelden gaan.  Mijn voorkeur is het onderste beeld, omdat de trap in de achtergrond daarin niet door het hoofd loopt, zoals in het eerste beeld.  Maar ik sta ook achter de keuze van de redactie om het verticaal beeld te gebruiken zoals het nu in het artikel staat.

Wat is jouw voorkeur?

Jurgen Doom
Portret Luc Van de Ven
Jurgen Doom
Portret Luc Van de Ven

Reisfotografie – fotograferen tijdens de vakantie: wat, waar, hoe en waarmee?

“Ik doe het zelden of nooit”, is mijn standaardantwoord op de vraag of ik vaak fotografeer op reis.  “En als ik het doe, dan meestal met ofwel de telefoon, ofwel een kleine systeemcamera”.

 

De melkweg, zoals te zien op een heldere nacht, zonder maan, zonder strooilicht.  Spanje, Pyreneën.  Nikon D850, 24mm 1.4

En toch twijfel ik elk jaar over wat ik op vakantie meeneem.  Er zijn jaren geweest (zo rond 2010 – 2013) waar ik inderdaad gewoon niets meenam op reis, en quasi geen foto maakte.  Ik fotografeerde al voldoende tijdens het jaar. Ik weigerde toen ook nog om met de telefoon te fotograferen (omdat de kwaliteit ondermaats was, toch wanneer je de kwaliteit van spiegelreflexcamera’s gewoon bent).

Maar met enkele reizen naar Zuid-Afrika de afgelopen jaren, waar ik toch besloten had om meer materiaal mee te nemen (toen nog een D800 met allerhande objectieven), en met een lange reis dit jaar besloot ik toch om iets meer materiaal mee te nemen.

Hieronder vind je dus een eigenzinnig fotoverslag van een lange reis door delen van Engeland, Noord-Ierland, Ierland en Spanje met het gezin. Bij sommige beelden geef ik graag wat uitleg  over de gebruikte technieken en materialen.  Andere beelden behoeven minder uitleg.

Het materiaal

Fuji X100T

Die systeemcamera waar ik het hiervoor over had is een Fuji X100T, met een objectief met vaste brandpuntsafstand (equivalent van 35mm).  Die gaat wel vaker de tas in.  Of in de broekzak. Of gewoon om de hals.  Ik gebruik hem vaak in privé of semi-professionele opdrachten (dat zijn opdrachten die ik mezelf opleg, en waarmee ik mijn portfolio uitbouw, maar die niet voor betalende klanten zijn).

Ik kan niet anders zeggen dat de Fuji X100T een geweldige systeemcamera is voor de doeleinden waarvoor ik hem nodig heb: genoeg pixels (16 Mp), (relatief) snel en eenvoudig een beeld maken, zonder zwaar fotomateriaal te moeten meesleuren.  Relatief snel, want de camera heeft toch altijd wat tijd nodig om te focussen.  Soms, bij te weinig licht of te weinig contrast, lukt het manueel focussen niet.

De beelden die ik maak met de Fuji zijn altijd in RAW, met een jpg kopie op het kaartje. Dat laatste omdat je via de telefoon de jpg beelden gemakkelijk kunt overzetten (via een ad-hoc wifi verbinding tussen telefoon en toestel).  De jpg’s download ik nooit op mijn computer, enkel de RAW files (RAF-files in het geval van Fuji).  Het zijn de RAW files die ik edit, bewerk en archiveer.

Zicht op Liverpool, met het Liverpool museum mooi verlicht in het midden.

Ik weet echter uit ervaring dat ik nooit 100% tevreden ben over de kwaliteit van de Fuji X100T.  Niet dat die slecht is, verre van. Ik maakte al verscheidene prints op A3+ formaat, en die komen er goed uit.  Maar wanneer je verwend bent met de kwaliteit van spiegelreflexcamera’s, uitgerust met zogenaamde “prime” objectieven, dan kan deze er nooit tegenop.

Selfie in een bar in de buurt van Clifden, Ierland – Fuji

Nikon D850

Daarom dat ik ook opteerde om één van mijn professionele toestellen mee te nemen, maar ook omdat ik dit jaar  een veel langere vakantie plande dan gewoonlijk.  Ik besloot  om  mijn nieuwe Nikon D850 body mee te nemen, vergezeld van volgende objectieven:

  • 24mm 1.4
  • 35mm 1.4
  • 50mm 1.4
  • 70-200mm 2.8
  • Teleconvertor TC-20EIII

Ik had evengoed mijn Nikon D800 kunnen meenemen (die ik 2 keer in Zuid-Afrika mee had).  Maar omdat ik dit jaar de Nikon D850 gekocht heb (voornamelijk om mee te filmen), besloot ik om toch mijn nieuwe D850 mee te nemen en die uitvoeriger te testen op vlak van fotografie.  Zo was het me namelijk nog niet gelukt om  beelden, via wifi-verbinding tussen de Nikon D850 en de telefoon (via de App SnapBridge van Nikon) over te zetten.  Voorts wist ik dat er heel wat landschappen zaten aan te komen, ideaal voor het testen van het Dynamisch Bereik (DB) van een sensor.

Saravillo, Spanje (Pyreneën): een groot contrast tussen de witte delen van de wolken en de schaduwpartijen (onder bomen, …) wordt goed opgevangen. Een groot dynamisch bereik. Nikon D850, 24mm 1.4

iPhone6s

Tot slot was er de iPhone6s, die altijd overal meegaat.  Handig, gemakkelijk, snel en met voldoende pixels om eventueel prints van te maken.  Handig voor snapshots, zoals onderstaand beeld, waar het snel moest gaan.

Je zal niet zo heel veel beelden van mijn reisgenoten vinden.  Hier en daar zullen ze wel opduiken in een beeld, of zoals in onderstaande foto op de ferry van Liverpool naar Belfast.

Copyright Jurgen Doom
De reisgenoten, op de ferry tussen Liverpool en Belfast. iPhone6s

 

Tot slot nog dit.  Alle beelden, behalve de iPhone-beelden, heb ik verwerkt in Capture One Pro.  De RAW-files zijn dus via Capture One Pro omgezet naar jpg’s.

Liverpool

Liverpool was voor ons een eerste halte op weg naar Noord-Ierland.  Op het programma stonden het Tate Modern en het Liverpool museum.

Tate Modern Liverpool is niet te vergelijken met Tate Modern in Londen: noch het gebouw, noch de grootte van de collectie.  Maar dat maakte het niet minder interessant.  Zo was er de hoogst interessante en tijdelijke tentoonstelling van werken van fotografe Francesca Woodman en Egon Schiele.

Franscesca Woodman en Egon Schiele in Tate Modern Liverpool – Fuji X100T
Copyright Jurgen Doom
Franscesca Woodman en Egon Schiele in Tate Modern Liverpool – Fuji X100T
Copyright Jurgen Doom
Franscesca Woodman en Egon Schiele in Tate Modern Liverpool – Fuji X100T

Alle beelden zijn gemaakt met de iPhone 6s, omdat er niet mocht gefotografeerd worden.  Iets dat me steeds weer blijft verbazen.  De werken zijn gekend en via beelden maak je nog reclame voor de tentoonstelling.  Enfin, illegaal gemaakte beelden hierboven dus ….

Vanuit Tate is het enkele minuten stappen naar “The Liverpool Museum”.  De hoofdreden waarom dat op ons lijstje stond is omdat er werk te zien is van een Belgische glaskunstenares.  Inge Panneels, een Vlaamse kunstenares die in Schotland woont, heeft er in opdracht van Liverpool een absoluut prachtig kunstwerk voor gemaakt.  Inge is gefascineerd door kaarten (maps, mapping, etc ….) .

In 2013 maakte ik voor haar reeds beelden van glaskunst voor haar Map-i project.

Museum of Liverpool: Artwork by Inge Panneels – Fuji

Hier zie je een werk met verschillende kaarten van liverpool in verwerkt.  Ben je in Liverpool, dan loont het zeker de moeite om te gaan kijken.

Ook het museum heeft wat te bieden qua architectuur en de buurt waarin het museum zich bevindt is aangenaam om te wandelen, iets te gaan eten, etc … Jammer dat we er maar 1 dag waren.

Museum of Liverpool – Fuji

Vanuit Liverpool ging het met de ferry naar Belfast.  Dat is zo’n 8h varen.  De ferry vertrekt ‘s avonds laat en komt ‘s ochtends toe in Belfast.

On the boat: bye bye Liverpool, Belfast here we come – Family snapshot – Fuji en iPhone

Noord-Ierland

Belfast

Eén van de tussenstops op onze reis naar het noorden was het Titanic-museum in Belfast.  Niet alleen een must voor elke Titanic liefhebber, maar voor iedereen die interesse heeft in zowel de geschiedenis van de Titanic, als de geschiedenis van de stad Belfast.

Belfast: Titanic museum. iPhone6s

Maar omdat we voornamelijk voor de rust en de natuur gekomen waren, ging het direct noordwaards, richting Antrim coast. Dat is zo’n uur rijden uit Belfast.

Antrim Coast

Als je ooit in Noord Ierland komt, dan is de Antrim coast een echte aanrader. Je vindt er geweldig mooie natuur waarin je naar hartelust kan wandelen (Causeway Coast of Rathlin Island) en natuurlijk de Giant’s Causeway.

De wandeling langs de kliffen is spectaculair en tegelijktertijd rustgevend.  Het gaat er op en af, langs velden en weiden.

Causeway Coast en Giant’s causeway.

De Giant’s Causeway is een spectaculaire basaltformatie die zomaar uit de zee opdoemt.  Stollingsgesteenten.  Maar wel met een specifieke, hexagonale vorm.  Prachtig om te zien en te fotograferen – ware het niet dat het er zwart ziet van de toeristen.  We waren er zelf deel van, dus geen geklaag, maar voor de meer iconische foto’s verwijs ik je door naar de toeristische brochures. Geen idee wanneer die beelden gemaakt zijn, maar niet in juli overdag.

Causeway Coast en Giant’s causeway.
Causeway Coast en Giant’s causeway.

Door als fotograaf een hoek te kiezen kan je wel beelden maken – mits wat geduld – waarbij je geen toeristen mee fotografeert. Maar zowel het standpunt als het licht zijn niet ideaal.  Ze zijn ook allemaal met de Fuji gemaakt, die een vast brandpuntsafstand heeft. Hierdoor kan je niet altijd doen wat je juist wil (ik had maar mijn Nikon D850 moeten meenemen op de wandeltocht, maar ik zag het niet zitten die dag om er aan te sleuren).  Niet meer dan een fijne vakantieherinnering dus.

Voor Rathlin Island moet je een kleine ferry nemen van Ballycastle. Op een half uurtje van het vasteland vind je er een oase van rust en veel wandelplezier.  Er is ook een bezoekerscentrum waar je naar de Puffins of papegaaiduikers kan gaan kijken.  Breng zeker een telescoop of verrekijker mee, want anders zijn ze niet groter dan een speldenprik.

Het eiland zelf is zo goed als verlaten.

 

Rathlin Island
Rathlin Island
Rathlin Island

Noord Ierland is charmant en mooi.  Maar op 4 dagen tijd krijg je maar een klein deel te zien. Niettemin met mooie herinneringen. Eén ding heeft ons wel wat gestoord, en dat is dat ze voor alles, maar dan ook alles het geld uit je zakken kloppen.  Voor het minste moet je betalen (in Pond) en niet een klein beetje.  Zo kost een bezoekje aan de Giant’s Causeway al snel meer dan 50€ (gezin van 4).  Gelukkig zijn er “hacks”, waarbij je door er naartoe te wandelen langs de kustlijn er gratis bij geraakt.

Ierland

Van bij het begin was het niet onze bedoeling om heel Ierland te zien. Dat is onmogelijk op 10 dagen tijd.  Daarom kozen we ervoor om ons te concentreren op 2 locaties en daar de tijd te nemen om het allemaal tot ons te laten doordringen.

Galway

Eerste stop was Clifden in Galway. Clifden ligt in de Coonemara, een prachtig gebied vol veen en turf, bergen, zee, meren, strand en pittoreske dorpen.  Op de camping in Clifden voelden we ons ver weg van de bewoonde wereld, en dat was – heerlijk – !

Clifden Eco Beach camping, Fuji
Clifden Eco Beach camping, Fuji

 

En ja, het kan ook heel goed weer zijn in Ierland.  Zo hebben de kinderen hier op het strand en in het water kunnen spelen.

Clifden Eco Beach camping, Fuji

Geen Ierland zonder publife.  Zelf drink ik geen alcohol meer, maar ons alcoholvrij bier kregen we toch uitgeschonken in een Guinness glas.  Dichter dan dat kwamen we niet bij de “real stuff”!

Guinness, pub. Fuji

Oh ja, we maakten een fantastische en gegidste wandeling in de turf- en veenvelden in de Connemara, waarbij we uitleg kregen over alles dat met turf en veen te maken had.  Super interessant, ware het niet dat het goot!  De gids zei zelf dat ze het in maanden niet meer zo had weten regenen.  Nou ja ….  Geen beelden dus, al was het wel een indrukwekkende tocht tussen meters hoge turf.

Cork via Cliffs of Moher

Voor de mensen uit Cork bestaat Ierland uit volgende gebieden: Cork en Not Cork.  Wel, dat wilden we wel eens onderzoeken, maar niet voordat we eerst via de Cliffs of Moher passeerden.  En ja, daar moet je ook betalen. Niet om de cliffs of zich te bezoeken, maar voor de parking.  En geloof me, ‘t is niet eenvoudig om daar te geraken zonder wagen.

De clifss of Moher zijn ronduit fantastisch om te bezoeken.  Rotswanden die zo’n 200m hoog boven de zee uitsteken.  En wind, heel veel wind.  En roekeloze mensen, die omwille van die ene foto hun leven wagen.  Niettemin, een schitterende locatie.

Het eerste beeld is in tegenlicht gefotografeerd.  Je ziet de grootsheid van het gebeuren, maar de sensor heeft het heel moeilijk met het dynamisch bereik dat hier overbrugd moet worden. Het beeld werd ontwikkeld in Capture One Pro, waarbij de schaduwpartijen wat opgetrokken zijn om detail in de kliffen te krijgen.  Maar het beeld is daardoor iets te flets. Bovendien zijn een heel deel van de wolken volledig uitgebrand.  Niet een heel groot probleem op zich, maar in dit geval toch iets te veel.

Cliffs of Moher, Ireland. Fuji
Cliffs of Moher, Ireland. Fuji

Het tweede beeld is in de andere richting gefotografeerd, met het licht mee.  Het licht valt deels op de rotsen, een ander deel valt in de schaduw. Veel sfeervoller beeld voor mij.

Cork was voor ons weer een rustpunt, waar we de hele tijd bij vrienden gelogeerd hebben (waarvoor onze eeuwige dank).  Het is amper te geloven, maar dit is het zicht uit het raam.  Correctie: dit is het zicht uit het raam, 1 keer per maand. Want de koeien, die grazen er maar 1 dag per maand!

Cork – Santander

Het klinkt een beetje raar, maar we zijn met de boot van Ierland naar Santander gevaren. Nou, zo raar klinkt dat niet als je beseft dat je anders via Dublin, naar Liverpool moet oversteken om in Engeland ofwel de boot te nemen naar Spanje, ofwel over te zetten naar Frankrijk.  Maar goed, de boot dus.  Weer een boot!

De overzet duurt meer dan 24h.  Maar je slaapt er heerlijk op (indien je niet zeeziek wordt).

Screenshot iPhone
Iedereen reist op zijn manier …. iPhone 6S

Bilbao

Het was een verjaardagscadeau, namelijk alle Guggenheims bezoeken.  Guggenheim Bilbao is de eerste in de rij.  En wat een knap museum! Zowel architecturaal als inhoudelijk een heerlijke plek.

 

Guggenheim, Bilbao. Fuji
Guggenheim, Bilbao. Fuji

Eigenaardig genoeg mag je daar de werken niet fotograferen. Zelfs de uitleg die in de zalen hangt mogen niet gefotografeerd worden. Ik vloog bijna buiten toen ik dat toch probeerde.

Naast de vaste collectie aan moderne kunst (Van Warhol, Cy Twombly en Robert Rauschenberg over Gerhard Richter en Anselm Kiefer naar Yves Klein, Willem de Koning, Mark Rothko etc ….) waren er ook 2 tijdelijke tentoonstellingen.  Eentje over de “breakthrough years” van Chagal en een tentoonstelling van het werk van Joana Vasconcelos.  Absoluut fenomenaal.  Go check it out!  Helaas, geen beelden …

Waar men eigenaardig genoeg geen probleem mee had was het fotograferen van het werk van Richard Serra.

Richard Serra, Guggenheim Bilbao
Richard Serra, Guggenheim Bilbao
Richard Serra, Guggenheim Bilbao

 

Valle de Bielsa, Spanje, Pyreneeën

Ken je dat: home away from home? Wel, dat hebben we met de streek rond Bielsa.  Ik wil hier niet te veel reclame maken om het aantal toeristen wat te beperken in die streek, maar voor ons is het er ronduit fantastisch. Rust, bergen, zon, aangename temperaturen, siësta in de namiddag, en nu en dan eens een flink onweer.  Het ideale leven qua!

En je kan er ook magnifieke wandelingen doen. Halve dagtochten, dagtochten, meerdaagse wandelingen via refuges.  Vlak, golven, steil.  Er is voor elk wat wils!

Wandeltochten, met de meest fantastische verzichten.
Panorama op de Puerto Viejo, de grens tussen Frankrijk en Spanje. iPhone6s

 

En voor de meer avontuurlijken onder ons, canyoning. Dat is met een beschermend neopreen pak in de canyon afdalen, via rappels, springen, duiken, glijden, etc …. Als je er ooit zin in hebt, dan moet je zeker contact opnemen met Els van Entremontes.  De video hieronder heb ik een paar jaar terug opgenomen in de kloof die je hieronder ziet.  Els van Entremontes heeft toen de afdaling begeleid.

Zicht vanuit de Miradores de Revilla.

“>

Naast geweldige bergwandelingen is er ook nog het “birdlife”, oftwel de roofvogels die je er kan zien.  Zowel de Vale gier als de Lammergier kan je er bewonderen.

Vogels fotograferen is niet evident. Je hebt er best speciale objectieven voor nodig.  Zo had ik mijn 70-200mm mee, met mijn teleconvertor, zodat de 200mm een 400mm wordt.  Door het gebruik van de teleconvertor verlies je jammer genoeg wel 2 stops, waardoor je als snel te weinig licht hebt.  Om die reden moet je doorgaans, zelfs bij zonlicht, naar ISO 800 tot ISO 1600 gaan, om een voldoende hoge sluitertijd te kunnen gebruiken. Anders gaan je beelden onderbelicht zijn, of bewegingsonscherpte vertonen.  Onderstaande beelden van de Vale gieren zijn gemaakt met de Nikon D850 in combinatie met bovenstaande teleconvertor en teleobjectief.

Vale gier, Saravillo, Spanje.
Vale gier, Saravillo, Spanje.
Vale gier, Saravillo, Spanje.

Als slot van deze geweldige reis hebben we nog een nachtje onder de sterren geslapen.  Dat mag je letterlijk nemen: eerst een uur de bergen in rijden tot aan de Refugio St Isabel, waar we ons matje buiten onder de sterrenhemel opengerold hebben.  Vandaar hadden we een prachtig zicht over het heelal.

Under the milkey way.

Om een sterrenhemel – en het heelal – te fotograferen heb je een statief nodig (gelukkig had ik mijn Gitzo carbonstatief mee), en gebruik je best een sluitertijd van ongeveer 30 seconden, ISO 3200 bij f/4.  De rest gebeurt in post productie.

Ga je langer dan 30 seconden fotograferen, dan riskeer je dat je sterren niet zuiver zijn, maar streepjes.  Bij kleinere diafragma’s (F/8) moet je met nog hogere ISO’s werken.  het is dus een beetje zoeken naar de beste combinatie tussen de verschillende parameters.

Melkweg, heelal.

Het was een geweldige reis en een geweldige tijd in de natuur. We hebben genoten van de zon, maar ook van de regen  op ons gezicht en de stevige wind tegen onze tent.  We sliepen onder de sterren en wandelden op het dak van de wereld (althans, zo voelde het).

En we kijken uit naar volgend jaar.

Met of zonder camera!

Het tarief van een freelance fotograaf

In mijn vorige blogpost had ik het over een eerder grappig voorval, waar ik tijdens een portretsessie door de geportreteerde de vraag kreeg wat ik voor zo’n opdracht kreeg. Pittig detail was dat wat de geportreteerde in gedachten had nogal wat hoger was dan het eigenlijke bedrag dat ik effectief kon factureren, maar dat teglijkertijd mijn opdrachtgever naast me stond.

Niet dat ik dat laatste een probleem vond, maar het heeft me toch wat aan het nadenken gezet. Wat is nu zo’n portretsessie waard, en hoe bereken je zoiets?

Wel, daar is jammer genoeg geen eenduidig antwoord op te geven. Fotografie is een vakgebied waar er eigenlijk geen eenheidsprijzen voor bestaan. Ga je een baksteen, een klomp goud of een kilo aardappelen kopen, dan koop je een product dat een bepaalde marktwaarde heeft die nogal wel omlijnd is. Sla de krant open en je weet wat goud kost, etc ….

Fotografie is eerder een dienst. De fotograaf verleent een dienst door op een bepaald ogenblik een bepaalde foto te komen maken, die foto achteraf klaar te maken voor publicatie en die dan door te sturen naar de opdrachtgever. Maar op zo’n dienst staat eigenlijk geen prijs. Maar wil je je lening blijven afbetalen, dan doe je er toch beter aan om daar iets voor te vragen.

Hoeveel je daarvoor vraagt hangt van verschillende faktoren af. Hoe goed ben je als fotograaf? Hoe goed is je dienstverlening? Welk soort klant is het? En waarvoor wordt de foto gebruikt?

De eerste twee vragen zijn moeilijk te beantwoorden en dat is iets wat je na verloop van tijd een beetje zelf zal kunnen inschatten (komen klanten terug, wordt er vaak over de prijs onderhandeld, …..). De derde vraag is eigenlijk meer om te oordelen wat de klant kan betalen. VZW’s kunnen doorgaans minder budget vrijmaken dan zeg maar een multinational.

Maar de laatste vraag intrigeert me steeds meer. Waarvoor wordt de foto gebruikt?

Kijk, als je je die vraag stelt, dan ga je eigenlijk in de richting van “licenties”. Wat je als fotograaf doet (zou moeten doen) is je klant een “licentie” verkopen om een beeld te gebruiken – meestal te publiceren. In die licentie staat dan omschreven wat de klant met die foto mag doen en hoeveel keer die mag gepubliceerd worden.

Bekijk het als een licentie die je krijgt om een operatings systeem te mogen gebruiken bij de aankoop van je computer, of bij een softwarepakket. Je betaalt je leverancier een bedrag en in ruil daarvoor mag je de software gebruiken, maar niet verkopen of reproduceren.

Dit is bij fotografie het zelfde. Je licencieert een beeld (waarbij je het copyright op het beeld zelf behoudt). Nu, wat is daar dan de invloed van op de prijs die je als fotograaf vraagt. Heel simpel; hoe meer de klant het beeld wil gebruiken, hoe hoger je prijs moet zijn, want de licentie is voor de klant meer waard (en dus voor jou ook). En zo kan het dan dat bijvoorbeeld een portretsessie, waarbij je op een uurtje een serie foto’s maakt, je prijs een heel stuk hoger zal zijn omdat de klant de beelden onbepekrt wil kunnen gebruiken, dan wanneer de klant het beeld 1 keer zal gebruiken. Uiteindelijk komt dat beide partijen ten goede, want de fotograaf krijgt wat hij hoort te krijgen en de klant kan een beeld naar believen gebruiken zonder steeds langs de kassa te moeten passeren (waardoor het op termijn veel meer zou kosten).